Tijdperk-Abbas wellicht van korte duur
Tijdperk-Abbas wellicht van korte duur

Tijdperk-Abbas wellicht van korte duur

Sinds het overlijden van de Palestijnse leider Yasser Arafat in november vorig jaar bestaat de indruk dat er een nieuwe kans is op vrede in het Midden-Oosten. Dat Mahmoud Abbas, de nieuwe Palestijnse leider, de presidentiele verkiezingsslag in de Palestijnse Autoriteit heeft gewonnen, speelt een belangrijke rol in die beeldvorming. Een concreet vredesakoord op korte termijn is evenwel weinig waarschijnlijk, stelt MOUIN RABBANI.

Dat het heersende optimisme zo nauw met de persoon van Mahmoud Abbas verbonden is, klinkt logisch. Abbas was een van de eerste Palestijnse leiders die het concept van een historisch vergelijk met Israel verdedigde. Hij was in het begin van de jaren 90 ook een van de architecten van het Oslo-proces.

Toen de uitvoering van de Oslo-akkoorden in september 2000 in een wervel van geweld ineenstortte, was Abbas - in tegenstelling tot Arafat - de eerste en meest vooraanstaande Palestijnse criticus van de militarisering van de opstand en van de groeiende chaos in het Palestijnse bestuur.

Zijn stellingen dat de Palestijnen eerst in eigen huis orde op zaken moeten stellen en uitsluitend via onderhandelingen hun conflict met Israel moeten beslechten, kwamen ook in zijn verkiezingcampagne prominent en herhaaldelijk aan bod. Een niet minder belangrijk verschil tussen Abbas en zijn voorganger is dat zowel Israel als de VS hebben aangegeven dat ze met de nieuwe Palestijnse leider zaken kunnen en willen doen.

Te hoge verwachtingen

Toch geven recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten aan dat er hoogstwaarschijnlijk minder zal veranderen dan wordt verwacht. Enerzijds omdat de verschillen tussen Abbas en Arafat voornamelijk van tactische aarde waren. Anderzijds omdat de nieuwe Palestijnse leider evenmin over de middelen beschikt om een aanpassing van Israels eigen benadering te bewerkstelligen.

Een nauwere analyse van de respectievelijke uitganspunten van Abbas en Sharon ten aanzien van zowel de gewapende opstand als eventueel hervatte vredesbesprekingen, vergt in dit opzicht enige duidelijkheid.

Met betrekking tot het aanhoudende geweld in de bezette gebieden is de benadering van Abbas ondubbelzinnig. Onder de huidige omstandigheden behoort een confrontatie tussen de Palestijnse veiligheidsdiensten en de gewapende groeperingen niet tot de mogelijkheden. Hun integratie in het Palestijnse politieke systeem door middel van een wederzijds staakt-het-vuren met Israel is dat wel.

Abbas weigert de Palestijnse consensus te vernietigen, mede omdat hij beseft dat hij dit in het kader van aanhoudende Israelische bezetting niet kan. Daartegenover heeft Sharon laten weten dat een staakt-het-vuren een interne Palestijnse aangelegenheid is: het bestrijden van de milities is wat hem betreft een onvoorwaardelijke Palestijnse plicht en dus kan er van wederzijdsheid geen sprake zijn.

Zelfde agenda

Ook met betrekking tot vredesonderhandelingen is de kloof tussen Abbas en Sharon onvergelijkbaar met de relatie tussen Abbas en en Arafat. De andere stijl van Abbas leidt uiteindelijk tot dezelfde strategische agenda: een onafhankelijk en soevereine Palestijnse staat in de gebieden die door Israel in 1967 zijn bezet met haar hoofdstad in Oost-Jeruzalem en Israelische erkenning van VN-resolutie 194 als uitgangspunt voor onderhandelingen over het lot van de Palestijnse vluchtelingen.

De strategie van Israel is er nochtans precies op gericht inhoudelijke vredesbesprekingen te vermijden. Via 'ontkoppeling' van de Gazastrook en de stichting van een provisionele Palestijnse staat hoopt Sharon een langdurige interim-akkoord met Abbas te bereiken en zo het conflict tot een grensgeschil te reduceren. Abbas heeft al tijdens zijn premierschap in 2003 de stichting van zo'n entiteit verworpen. Meer recentelijk heeft hij laten weten dat interim-akkoorden hem niet aanspreken. De verschillen blijken hier dan ook onoverbrugbaar.

Het probleem met de uitdagingen die Abbas te wachten staan, is dat hij, in tegenstelling tot Sharon, geen unilaterale opties heeft. Zonder Israelische samenwerking en internationale steun - vanuit zijn optiek moet het dan gaan om internationale steun die Israelische samenwerking tot stand brengt - kan hij geen veranderingen van doorslaggevende betekenis bewerkstelligen en zijn volk vrede noch veiligheid bezorgen.

De verwachting dat Abbas met Israel en de VS resultaten kan bereiken, verklaart evenwel zijn verkiezingszege. In tegenstelling tot Arafat zal hij door zijn achterban op zijn prestaties worden afgerekend.

Het jongste besluit van Sharon om de contacten met Abbas op te schorten en het conflict met de gewapende Palestijnse groeperingen te doen escaleren, betekent dan ook dat het tijdperk-Abbas wellicht van korte duur zal zijn. Er kan daarbij met zekerheid worden geconstateerd dat, als de internationale gemeenschap niet ingrijpt om de Israelische-Palestijnse relaties te herstellen en duidelijke vooruitgang richting vrede te boeken, meer dan de vrede en veiligheid van de Palestijnen op het spel staat.

President of the European Commission Ursula von der Leyen is welcomed by Palestinian Prime Minister Mohammad Shtayyeh in Ramallah, in the Israeli-occupied West Bank June 14, 2022. Mohamad Torokman / REUTERS

Realigning European Policy toward Palestine with Ground Realities

Events in 2021 – particularly the Gaza war – put in sharp relief how much Europe’s policy toward the Israeli-Palestinian conflict needs a refresh. The European Union and its member states should use the levers they have to push for their stated goal of a peaceful resolution. 

  • Share
  • Save
  • Print
  • Download PDF Full Report